Niet ingelogd (inloggen)

Willem Alexander

Bestuur

Structuur

De Stichting voor Christelijk Onderwijs te Harderwijk kent de volgende bestuurs-directiestructuur:

Bestuur V.C.O.
Bovenschools management bestaande uit een Manager Beheer (de heer W. Waterweg) en een Algemeen Directeur (de heer A. Palland)
Schooldirecties
Leerkrachten

Het bestuur en het bovenschools management streven naar een zo efficiënt mogelijke organisatie. Zij willen effectief omgaan met overheidsgelden en de scholen in de gelegenheid stellen hun onderwijs zo optimaal mogelijk in te richten en vorm te geven. Zo is o.a. de klachtencommissie van de stichting ingesteld om u gericht te kunnen helpen indien u een probleem hebt in de relatie tot de school.
Voor alle informatie kunt u zich in eerste instantie het beste wenden tot de directeur van de school. Wanneer u de stichting denkt nodig te hebben kunt u contact opnemen met het bestuurscentrum van de Stichting.
U kunt dan vragen naar de algemeen directeur dhr. A.Palland

Voorzitter van de Stichting is dhr. P. Schultink,
secretaris dhr. J.W. Kevelam,
en penningmeester dhr. G. Wormsbecher.

 

Uitgangspunten van de Stichting VCO

 

Levensbeschouwelijke identiteit.

 

Binnen de scholen van de Stichting VCO wordt op diverse manieren aandacht besteed aan de levensbeschouwelijke identiteit. In de lessen willen we de kinderen graag wijzen op Jezus Christus als Verlosser en als voorbeeld. Vanuit de Bijbel willen we de inspiratie halen om zijn voorbeeld te volgen en liefdevol en vergevingsgezind met elkaar te leven.

In de hoofdstukjes hieronder wordt een (niet uitputtende) opsomming gegeven van activiteiten die in dat kader plaatsvinden. Dat kan de aanleiding zijn om met elkaar in het Bestuur te bespreken of we op de ingeslagen weg verder kunnen of dat er beleidsbijstelling dient plaats te vinden.

 

1.       Afspraken m.b.t. de invulling van de lessen.

a.       In de klassen wordt de dag begonnen en beëindigd met gebed. De leerkracht is vrij om daar gevarieerde vormen voor te gebruiken: zingend, een rol voor de leerlingen of door de leerkracht zelf.

b.      Er worden wekelijks een afgesproken aantal bijbelverhalen verteld. In de meeste scholen is hier een methode voor (bijv Kind op Maandag, Startpunt e.d.). In de meeste gevallen zijn dat er 2 of 3 per week bij de kleuters en 3 per week bij de hogere groepen. Verder is er vanuit de methode aandacht  voor de verwerking van de verhalen.

c.       Volgens een jaarrooster worden liederen en psalmen aangeleerd. Deels is dat rooster bovenschools bepaald. Door alle kinderen uit de groepen vanaf groep 3 worden er psalmen aangeleerd. De school heeft zelf voor een deel ook regie over de verdeling van psalmen en andere liederen. Voor verdere details kan de Psalmenlijst geraadpleegd worden.

d.      Er wordt in school volgens daar afgesproken wijze aandacht besteed aan de grote christelijke feesten. Met name Kerst en Pasen worden vaak in schoolverband gevierd (soms om het jaar). Pinksteren en Hemelvaart krijgen aandacht in klassen door de verhalen te vertellen.

 

2.       Themadienst.
In overleg en in samenwerking met de kerken van Harderwijk vindt er jaarlijks een themadienst plaats waar de scholen, gekoppeld aan een lokaal kerkgenootschap, de themazondag in die kerk meemaken. Ouders en andere belangstellenden worden uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn. 
In de week voorafgaand aan de themadienst wordt het thema uitgewerkt, de verhalen verteld en besproken, creatieve werkjes horend bij het thema uitgewerkt en in de kerk opgehangen en liederen passend bij het thema geleerd. Ook komt de voorganger van de kerk waar de school aan is gekoppeld een bezoek aan de kinderen brengen.
De ervaring is dat de meeste kerken zich inspannen om een goede gastheer voor de kinderen te zijn. Aan de andere kant passen de scholen zich aan aan de gewoontes die gebruikelijk zijn in het kerkgenootschap.

3.       Dankdagdienst
Sinds een aantal jaren bestaat er zowel bij de scholen als de kerken behoefte om naast de themadienst nog een moment te hebben waarop de kerken een actieve rol spelen in de scholen. Er is ook gestreefd naar meer momenten van contact. Ook is de wens wel geuit om vaste koppels van scholen en kerken te maken zodat er ook op momenten van rouw in de school de voorganger een rol zou kunnen 
spelen.
De gesprekken hebben geresulteerd in diverse, per school verschillende activiteiten rondom de dankdag. Er zijn voorbeelden dat er op de bewuste woensdag een activiteit in de kerk is, terwijl in andere gevallen er in samenwerking met de voorganger aandacht aan de dankdag wordt besteed in de school. De scholen hebben nadrukkelijk geen behoefte aan een zelfde groots opgezette organisatie als tijdens de themadienst.

4.       Goede doelen.
Elke  school is vanuit de christelijke naastenliefde maatschappelijk betrokken. Op onze scholen wordt wekelijks “zendingsgeld” opgehaald. Dit geld wordt besteed aan goede doelen. Ten behoeve van medemensen in nood worden jaarlijks een aantal doelen geselecteerd. Meestal wordt daar een half jaar voor gespaard. In het tweede half jaar wordt vaak een ander doel gekozen. In veel gevallen wordt gekozen voor een christelijk doel waarbij zowel de component “Woord” als de component “Daad” niet vergeten wordt. In noodsituaties als aardbevingen en andere natuurrampen kan ook uit deze pot noodhulp gegeven worden. Soms worden er ook aanvullende bronnen van inkomsten aangewend voor de verre medemens: collectes tijdens vieringen, speciale acties t.b.v. het goede doel als een sponsorloop en de Actie Schoenmaatjes.

5.       Onderdeel sollicitatiegesprek.
Tijdens de sollicitatiegesprekken die centraal voor heel de Stichting worden gevoerd door het BM en een schooldirecteur komt de betrokkenheid op het christelijk geloof nadrukkelijk aan de orde. Er wordt gevraagd naar de persoonlijke geloofsbeleving en hoe de kandidaat denkt mee te kunnen werken aan de realisering van de levensbeschouwelijke doelstellingen van de Stichting VCO. Ook wordt er uitgelegd dat VCO van haar leerkrachten verwacht dat zij aangesloten zijn bij een christelijk kerkgenootschap. De kandidaten worden in de gelegenheid gesteld te vertellen hoe zij hier tegenover staan en wat hun kerkelijke binding is. Als blijkt dat een kandidaat op het punt van kerkelijke betrokkenheid  nog geen keuze heeft gemaakt, dan worden de betrokkenen in de gelegenheid gesteld in een vervolggesprek hierop terug te komen. Meestal vinden deze tweede (en soms derde) gesprekken plaats met een interval van enkele maanden. Ook in sollicitatiegesprekken met directeuren is de kerkelijke betrokkenheid een gespreksonderwerp. Telkens wanneer er over kerk gesproken wordt kan ook geloofsgemeenschap gelezen worden.

 

6.       Vertelcursus
Wij vinden het van belang dat de Bijbelverhalen verteld worden i.p.v. voorgelezen. Bij een goede vertelling is er meer geboeide aandacht en dat kan leiden tot een beter begrip van de vertelde verhalen. Vertellen dwingt leerkrachten ook tot een gedegen voorbereiding van de vertelling. Echter niet iedereen durft een vertelling aan. Er zijn leerkrachten die het veiliger vinden om een voorlees-Bijbel te gebruiken. Daarom wordt leerkrachten bovenschools een verteltraining aangeboden die hen kansen biedt om de inhoud van het verhaal goed en boeiend voor het voetlicht te brengen. In de afgelopen jaren hebben een aantal trainingen plaatsgevonden.

7.       Reclame.
Wij zijn als Stichting VCO terughoudend in het doorgeven van  commerciële reclameboodschappen. Folders voor typecursussen e.d. worden niet verspreid. Anders ligt het met ideële boodschappen die het levensbeschouwelijk karakter van onze scholen ook dienen. Zo worden er wel folders verspreid voor bijvoorbeeld de Alfacursussen en worden er wel posters opgehangen voor de Kinderbijbelweek. Soms worden, in overleg met de directeur,  ook ruimtes van de scholen daarvoor gebruikt.

8.       Studiedagen
Jaarlijks heeft de Stichting een gezamenlijke studiedag voor al haar leerkrachten. De onderwerpen worden in het directieoverleg besproken en vastgesteld. In 2008 is er een studiemiddag gewijd aan het christelijk gehalte van het onderwijs op onze scholen. De frequentie waarin levensbeschouwelijke onderwerpen aan de orde gesteld worden op studiedagen is niet vastgesteld. Periodiek zal dit zeker herhaald worden.

9.       Overblijven in christelijke sfeer.
Op al onze scholen bestaat de mogelijkheid tussen de middag over te blijven. Elke school heeft hier een schoolspecifieke oplossing voor gevonden. Op elke school zijn geschoolde overblijfkrachten of leerkrachten die de lunch in goede banen leiden. Alle maaltijden vinden plaats in christelijke sfeer d.w.z. er wordt met de kinderen gezamenlijk met gebed begonnen. Na de gezamenlijk afgesloten maaltijd krijgen de kinderen de gelegenheid in en/of buiten het gebouw te spelen. De leiding ziet er op toe dat de boeken, strips en videospellen niet strijdig zijn met de uitgangspunten van de school.

10.   Bezinningscommissie.

Vanuit het bestuur van de Stichting is een bovenschoolse bezinningscommissie actief. Deze commissie is erg actief bij de voorbereiding van de o.a. de themadienst en het Nieuwjaarsontbijt.
In deze commissie hebben zowel leerkrachten, directeuren als bestuursleden zitting.

11.    Herkenbaarheid als christen
Naast de genoemde praktische uitwerking van het feit dat we christelijke school willen zijn, willen we ook in ons morele gedrag herkenbaar zijn als christenen. Dat betekent dat we in de omgang met elkaar binnen en buiten de organisatie Bijbelse principes als respect, betrouwbaarheid en vergevingsgezindheid leidend willen laten zijn. Intern willen we elkaar daarop coachen en stimuleren dat gedrag te vertonen. Betrouwbaarheid betekent bijvoorbeeld dan ook dat we als werkgever onze werknemers verdedigen tegen onterechte aantijgingen van externen (onheuse bejegening) en dat we van onze fouten willen leren door ze te erkennen.

12.   Bagage voor de leerlingen
In onze scholen hopen wij onze leerlingen zoveel bagage mee te geven dat ze vol vertrouwen nieuwe situaties aankunnen. Ze mogen immers weten dat ze niet alleen zijn, maar dat ze onder Gods geleide staan.
We willen hen leren de aan de Bijbel ontleende normen in de praktijk van alle dag toe te passen, zodat ze gewaardeerde medeburgers van ons land kunnen zijn.
Verder geven we hen de gewoonte van het gebed en het lezen van de Bijbel mee. Om het lezen van de Bijbel mogelijk en waarschijnlijk te maken, krijgen alle kinderen bij het verlaten van de school  een door hen gekozen Bijbelvertaling mee.